Tynda, 3 september 2005
Hallo allemaal,
Hier ben ik weer. Het heeft maar liefs 4 weken geduurd maar ik ben aangekomen in Tynda. Het traject langs de BAM spoorlijn was erg zwaar. Ik kon vaak niet meer dan 10 km per uur fietsen en moest zeer regelmatig van de fiets af om bruggen over te steken die op instorten stonden of om riviertjes over te steken als er geen brug meer was of om uit te hijgen van loodzware hellingen of om diepe plassen te door waden of gewoon omdat de weg zo slecht was (zie het fotoalbum).
De weg kon je soms geen weg noemen. Alle soorten onverhard heb ik gehad. Van ronde kiezels tot splitgravel, van kleine steentjes tot stenen zo groot als een voetbal, van zacht zand tot mul zand. Zeer steile hellingen tot klimwerk van honderd kilometers lang. Ook het weer was zeer wisselend. Van meer dan +30 graden warmte tot onweersbuien en zelfs een sneeuwstorm heb ik mee- gemaakt. Er is vaak op een dag zoveel gebeurd dat het gewoon te veel is om allemaal te vertellen. Daarom zal ik de meest bijzondere belevenissen vertellen.
9-8 Wanneer het bijna donker is, ben ik in klein dal. Op een brug staat een man en zijn vrouw zit voor hun tent. Ik maak een kort praatje en zet mijn tent naast die van hen. Ik word meteen uitgenodigd voor het avondeten. Ook krijg ik nog een boel eten mee.
10-8 Probeer zo dicht mogelijk bij Ust-Kut te komen. Tegen het einde van de dag, komt er op de slechte weg, een auto met hoge snelheid recht op me af, en draait op het laatste moment weg. Even later komt dezelfde auto van achter, er wordt schreeuwend door dronken jongelui gevraagd waar ik na toe ga, ik wijs voor me uit. Blijkbaar bevalt ze dat niet en ik wordt gesneden. En weer wordt er dezelfde vraag gesteld, ik geef antwoord en wijs weer voor me en loop dan met de fiets om de auto heen en ga verder. Dan trekt de auto agressief op en wordt ik weer gesneden. Dan springen mijn stoppen en ik gooi mijn fiets op de grond, pak een steen en dreig te gooien, loop dan om de voorkant heen en probeer de chauffeur te pakken. De chauffeur rijdt een stukje achteruit. Dan ruk ik de deur open en probeer hem weer te pakken, ondertussen woest in het Nederlands schreeuwend. Ik krijg de jongen niet te pakken en ga daarna weer schreeuwen en wijzen dat ze de weg terug moeten nemen. De jongelui zijn zo dronken dat ze verstijft in de auto blijven zitten (de chauffeur zit ondertussen half op de achterbank). Woest geef ik daarna nog een trap tegen het wiel en stap weer op de fiets. Het geheel grijpt me erg aan en ik stop dan ook een paar keer om alles te verwerken. En zet de tent veel vroeger op dan anders.
11-8 Ik heb het gebeuren nog steeds niet verwerkt. Heb beide armen bezeerd, dit worden later dan ook grote blauwe plekken. Door alles, let ik niet op en verlies mijn muggenhoofdnet ook nog. Ik fiets 13 km terug over de ongelofelijk slechte weg maar het is niet meer te vinden. Terug bij af gooi daarna demonstratief een steentje over mijn schouder en begin de dag opnieuw. Druk de kilometerteller weer op nul en fiets daarna naar Ust-kut. Daar krijg ik van een man komkommers en tomaten. Fiets daarna over de Lena rivier. Wanneer ik berg op rij, word ik bijna door elke auto aangehouden en krijg ik van een man en zijn zoontje een uitnodiging om langs te komen.
12-8 Wordt regelmatig aangehouden door automobilisten. Krijg van een van hen een plastic tasje met eten. Krijg ook een uitnodiging voor de lunch maar bij binnenkomst in het dorp, is er niemand te zien. 's Middags begint het te regenen.
13-8 Tijdens de lunch droog ik mijn spullen op een brug. Dan komt de man van de eerste uitnodiging weer langs en ik krijg een pak melk en een aantal dennenappels die nootjes bevatten. 's Avonds heb ik een lekke band. Waar ik vlak na een dorp (waar iemand me gelukkig de goede weg had gewezen) de man en zoontje weer tegenkom en we maken een afspraak. Door de slechte weg kom ik echter langzaam vooruit maar de man is ook te laat. Hij moet nog een keer terug en zo kom ik hem weer tegen. Een tijdje later hoor ik dat hij achter me zit. Hij houdt een kilometer afstand. Zo rijden we de laatste 10 km. Bij zijn dorp gaat hij voor me rijden en wijst me de weg. Bij zijn huis wordt ik gastvrij door de rest van de familie ontvangen en wordt meteen in de banya gestopt. Daarna krijg ik heerlijk te eten. 's Nachts schrijf ik een dankjewel op een ansichtkaart.
14-8 Ik word wakker van de geur van gebakken kip en aardappels. Ik denk nog "dat doet ze vroeg" (voor het avondeten voor hen zelf) maar het blijkt voor mij te zijn. Als ik voorbereidingen tref om te gaan, heb ik weer een lekke band. Dus verwissel ik de buitenband dan maar. Ik krijg dan twee tassen vol met eten. Er zit in, zeker een kilo gebakken aardappels, een hele gebakken kip, augurken in het zuur, rauwe augurken, tomaten, een paar tenen knoflook, nog een pak melk (had het eerder gekregen pak nog niet eens opengemaakt), een brood, een stuk kaas (later weer weg gegeven), een potje zout en snoepjes. Het was echt ongelofelijk, en je weet gewoon niet wat je moet zeggen het enige is "DANK JE WEL!!!" Het was dan ook niet zo verwonderlijk dat ik die dag maar langzaam vooruit kwam. Kom wel over mijn eerste bergpas van 830 meter.
15-8 Kom aan bij Bailkalmeer, ga vissen en stook een vuurtje maar ik kan er niet lang van genieten want het gaat regen.
18-8 Wanneer ik een bocht om kom, spot ik mijn eerste beer op de weg. Het beest is echter zo bang dat ik niet de gelegenheid krijg om een foto te maken. 's Middags tijdens een sanitaire stop wordt ik door iets gestoken op mijn rechterbil, precies op het zitgedeelte. Het doet zo'n pijn (brandend en rood) dat ik niet verder kan en ik zet de tent dan ook maar op bij een meertje.
19-8 De bil voelt weer goed, al is die nog wel rood. Als ik vertrek, trap ik mijn achternaaf weer kapot (het was een kwestie van tijd, want sinds Bratsk was het constant problematisch met het freeweel), probeer de naaf te demonteren maar het gaat niet. De fietsenmaker in Bratsk heeft de boel zo vast aangedraaid dat ik het niet los krijg. Daar sta je dan in de "middle of nowhere" Dan maar lopen. Ik loop 3 kilometer en zie dan bij een stationnetje werklui aan het spoor werken, ik vraag er gereedschap. Na dat er een sleutel 17 dunner wordt gemaakt, lukt het me om de naaf los te krijgen. Vervolgens verwissel ik de wielen, een erg slimme zet van Marten (de fietsenbouwer) om twee achternaven te gebruiken. Dan ga ik verder, maar twee kilometer later op een heuveltje breekt mijn linkercrank. Ooh nee, dit is echt een ramp. Ik probeer het eerst zelf te repareren. maar bij de eerste trap breekt de boel weer. Dan maar terug naar het station. Daar wordt snel een stuk ijzer afgebroken en in de crank worden in een gele trein 3 gaten geboord. Dan vertrekken ze allemaal. Ik sleutel verder, maar het blijkt niet goed te zijn. Een gat in het kleine stuk is te weinig. Ik probeer van alles maar als het donker is, moet ik het opgeven en zet ik mijn tent achter het station op.
20-8 Verzamel materiaal om de crank te maken, maar dan zie ik dat de gele trein er weer aankomt. De eerste de beste man schiet ik meteen aan en ik stap in de trein, die daarna weg rijdt. Eerst krijg ik thee, en dan gaan we aan het werk. Van een dikke ronde buis wordt een stuk plat geslagen. Daarna zagen we er een stuk af en wordt er wat van de crank gevijlt om de boel passend te maken. Als de twee delen weer aan elkaar zitten en we naar mijn fiets lopen (we waren ondertussen weer op het station), keer ik met een smoes terug en laat ik een briefje van 500 roebel als dank achter. Wanneer de crank weer op de fiets zit, blijkt dat er een behoorlijke slag in zit. Maar ik kan er mee fietsen en ga dan ook weer verder.
21-8 Ik ontmoet een Pools stel in hun terreinwagen. We spreken af bij een rivier maar ik zie ze daar niet.
22-8 Ik fiets op een zeer slechte weg bergop. Als er een auto met zeer hoge snelheid op het midden van de weg op me af komt. De jongelui lachen, als ik van schrik het stuur om moet gooien. Na vele kilometers word ik aangesproken door een man in een auto en blijkt dat ik op de verkeerde weg zit. Ik krijg een fles water want ik wou in het dorp (nog 5 km bergaf) water halen. Boos op mezelf of eigenlijk op de Russen die bijna nergens borden neer zetten, draai ik om en fiets terug. 15 kilometer later ben ik weer bij het spoor. Voor de goede spoorovergang zou ik nog 30 kilometer door moeten rijden. Maar gelukkig ben ik op de fiets en ik sleep mijn fiets over het spoortalut naar de andere kant waar de goede weg is. Zeer tevreden over mijn overwonnen boosheid door slimheid, zet ik de tent op.
23-8 Ik moet een aantal grote plassen voorbij. Het lukt tot de een na laatste plas om droge voeten te houden, maar die laatste is zo diep dat ik tot mijn knieen in het water sta. Wanneer ik mijn sokken aan het uitwringen ben, kom ik de Poolse mensen weer tegen (die op de terugweg zijn). Het blijkt dat er op een bepaalt traject geen bruggen zijn. We praten een tijd en ook van hen krijg ik water. Ze waren trouwens ook de verkeerde weg ingereden. Na het dorp Koeanda zie ik geen brug en ik ga dan meteen maar naar de spoorbrug. Er zit iemand op wacht. Ik maak een aantal foto's en er komt een trein. Nu moet ik vlug zijn, denk ik, en ga over de spoorbrug. De man protesteert heftig maar ik doe net of ik doof ben. De man doet geen moeite om me tegen te houden en zo kom ik aan de overkant.
24-8 In het dorp Now. Tjeara zit ik in een bushokje te lunchen als ik door twee politiemannen op een vervelende manier wordt aangesproken. Ik moet allemaal vragen beantwoorden. Ik hou me van de domme en moet mijn paspoort laten zien. Na dat tot detail bekeken is, gaan ze weer. Als ik later een winkel verlaat wordt ik weer aangesproken door en agent en moet voor een tweede keer mijn paspoort laten zien. Geirriteerd verlaat ik het dorp, zonder de benzine die ik nodig had.
27-8 Hanie heet de volgende grote dorp maar als ik er ben, valt het wat tegen. De winkels verkopen geen brood, dat wordt bij de spoorwegen gedaan. Als ik het gevonden heb, moet ik 3 uren wachten maar dan heb ik ook het verste brood, dat ik tot nu toe in Rusland heb kunnen kopen. Als ik zit te wachten, krijg ik aanspraak en ik vraag waar er benzine te koop is. Dat is nergens te koop maar de man heeft thuis 2 vaten benzine staan en ik krijg een halve liter.
28-8 Er zijn inderdaad geen bruggen meer er ik fiets de hele dag langs het spoor.
29-8 Wanneer ik langs een station rij, krijg ik het lunchpakket van een trein machinist.
30-8 's Nachts heeft het geregend en is het sterk afgekoeld. Er waait een heuse storm. Als het licht is, zie ik op de toppen van de hoge heuvels sneeuw liggen. Overdag blijft het stormen, en het is waterkoud. Ook valt er de hele dag motsneeuw en soms ook dikke vlokkensneeuw. Op de grond blijft het niet liggen (gelukkig) maar op de bladeren komt een laagje te liggen.
2-9 Ik kom zeer vermoeid aan in Tynda.
3-9 Ik hou een rustdag.
Morgen vertrek ik weer, richting Yakutsk (over asfalt).
Wordt vervolgd...
Van:
marco
Laatst gewijzigd: 2006-02-13 01:00 PM
Laatst gewijzigd: 2006-02-13 01:00 PM

