Magadan (maar nog niet op de manier die ik wil), 5 oktober 2005
De volgende morgen heb ik eerst mijn profielbanden gemonteerd. Hierbij kwam ik tot de conclucie dat de achternaaf toch dusdanig versleten was, dat het eigenlijk niet verstandig was om er verder mee te fietsen. Nu komt er een technisch stukje: de kogellagers waren dusdanig versleten dat de as te veel speling kreeg. Daardoor kregen in het freeweel de palletjes teveel ruimte en daardoor sleten ze snel. Ook het veertje sleet helemaal in.
Ik had geen reserve-onderdeeltjes meer, dus moest ik het probleem bij de bron aanpakken, oftewel ik had nieuwe kogellagers nodig. Toevallig had ik een winkel gezien, waar kogellagers werden verkocht. Dus ik terug naar de stad. Maar helaas bleken ze de maat, die ik nodig had, niet te hebben.
Maar er was nog meer aan de hand waardoor ik langer bleef. In Yakutsk was ik er namelijk achtergekomen dat er vanuit Yakutsk zowel geen bus- als geen (directe) luchtverbinding naar Magadan is. Een verbinding die ik in de toekomst nodig zou hebben, want ik ben van plan om, na mijn aankomst in Magadan, voor een paar dagen terug te komen naar Nederland om daar mijn zomerspullen te brengen en met een aantalwinter spullen terug te keren naar Magadan.
En dan was er nog de druk van "het op tijd aankomen in Magadan" waar de rest van mijn winterspullen eind september per boot aan zouden komen.
Al met al maakte mijn hoofd overuren, waarin ik een aantal scenario's uitdacht. Om uiteindelijk er voor te kiezen om "voorzichtig" naar Magadan te fietsen, hopend dat het achterwiel het zou houden en ik op tijd zou komen voor de boot. Om daarna naar Nederland te komen en vervolgens per trein, bus en het laatste stuk liftend terug naar Magadan te keren. Ik had het gevoel dat welk scenario ik ook zou kiezen, het altijd het verkeerde zou zijn.
De volgende morgen vertrok ik. Ik was echter in het donker aan gekomen in Yakutsk en kon daardoor de veerboot niet vinden (richtingsborden komen hier maar sporadisch voor). Toen ik de veerboot gevonden had, was de ochtend voorbij.
De volgende dag 5 km na het dorp Tjogjoljo (82 km na Yakutsk) sloeg het noodlot toe. Mijn freeweel (de achternaaf) begaf het.
Dus zat er niks anders op. Het andere scenario trad in werking. En dat zou er zo uitzien: Allereerst teruglopen naar Tjogjoljo, waar ik de meeste bagage en mijn fiets zou achterlaten. Vervolgens liftend naar Magadan gaan. In Magadan de winterspullen in ontvangst nemen (daar zitten ook nieuwe wielen bij), daarna met die wielen terugliften naar Tjogjoljo. In Tjogjoljo de winterwielen achterlaten en met de zomerwielen en de zomerbagage naar Yakutsk gaan (met de bus of liftend). Daarna zou ik dan terugkomen naar Nederland (hoe precies weet ik nog niet), om dan per trein en bus of liftend terug te keren naar Tjogjoljo en vandaar verder naar Magadan te fietsen. Een voordeel van dit scenario is wel dat ik de weg alvast kan verkennen.
Dus ik ben teruggelopen en ik heb kunnen regelen dat mijn bagage bij iemand kon blijven. Vervolgens heb ik de bagage verdeeld in drie groepen: "liftend naar Magadan", "naar Nederland", of "fietsend naar Magadan". Ik heb de fiets gestript en een rugzak gemaakt van fietstas en spanbanden. Ook heb ik de beslissing genomen dat de tent te zwaar was, dus die bleef achter. Alles bij elkaar duurde het de hele dag en gelukkig kon ik daar blijven slapen.
De volgende dag (20 september) ben ik begonnen aan 2000 km liften op een weg waar zeer weinig verkeer rijdt. Na dat ik ongeveer 7 km gelopen had, kreeg ik mijn eerste lift. Op het einde van de dag was ik met mijn vierde lift 300 km opgeschoten. Toen kwamen we bij de rivier de Aldan. Een rivier waar geen brug is, maar wel een veerboot (een barriere waar ik later nog op terug kom). Na zeer amateuristisch gedoe van verschillende veerboten moesten we de nacht in de auto doorbrengen. Ik zag dat helemaal niet zitten (het was er erg krap). Vlakbij was een niet afgebouwd huis en ik besloot om daar te gaan slapen.
De volgende ochtend, na heerlijk geslapen te hebben, word ik wakker van de vertrekkende veerboot, met mijn lift... Gelukkig had ik mijn bagage meegenomen, maar ik baalde wel verschikkelijk.
Lang hoefde ik niet te wachten, want de volgende veerboot ging al, met een vrachtwagen die ook net te laat was. Wel kostte het veel moeite, want de boot zat vast op de bodem. Toen we in het dorp aan de overkant kwamen, kreeg ik een lift van de vrachtwagen. 's Avonds was ik 200 km op- geschoten en kwam ik bij een groep mannen, die aan een brug werkten. Daar kreeg ik te eten en mocht ik blijven slapen. De voorman vertelde me dat hij de volgende dag naar een brug 200 km verderop moest en ik kon mee rijden. "Mooi" dacht ik. Maar de volgende dag wachtte ik de hele dag voor niks, hij vertrok niet.
Dag 4: ik ben weer gaan lopen en na 10 km krijg ik een lift. Er ziten drie mannen in de auto, van wie twee al behoorlijk dronken waren. De chauffeur is nuchter maar erg geïrriteerd en rijdt met zeer hoge snelheid over een zeer bergachtige, bochtige smalle weg. Zodat ik me zelf afvraag wat gevaarlijker zou zijn: lopen over zee-ijs of in deze auto zitten. Gelukkig bereiken we zonder ongelukken het einddoel, een klein dorp. Daar wordt me verteld welke richting ik op moet en zonder een enkele groet, vertrekt de auto weer. Omdat ik niet precies weet waar ik ben en het allemaal maar vreemd vind, besluit ik terug te gaan naar de hoofdweg. Na weer 10 km lopen vind ik een betonnen brugdeel waar ik net onder kon slapen.
Dag 5: ik ben net aan het inpakken, als ik een auto hoor aankomen. Hij stopt en ze proberen me iets duidelijk te maken maar ik begrijp het niet. Wel mag ik mee. 50 km verder op stoppen we bij een wegwerkerskamp en wordt het me duidelijk dat de hoofdweg nog niet af is. Er ontbreekt een stuk van 35 km. Ik krijg weer te eten en eigelijk balend dat ik weer vastzit en niet wetend wat ik moet doen, ga ik maar wat houtblokken kloven. Na de lunch kwam er gelukkig een vrachtwagen die me afzet bij de "oude " weg en ik begin te lopen door de taiga (bossen) en de toendra (moerassen). Ondanks dat de rugzak erg zwaar is en de spanbanden erg in mijn schouders snijden, geniet ik toch van de tocht. 's Avonds maak ik van halfverbrande boomstammen, takken, stro en mijn stuk plastic een hutje en eet ik mijn avondeten bij het kampvuur. 's nachts vriest het 8 graden in mijn hutje maar echt koud heb ik het niet gehad.
(Helaas kan ik jullie geen foto's laten zien deze keer, de camera is achtergebleven bij de overige bagage).
De volgende dag loop ik de resterende kilometers en kom ik uit bij een "fabriek/dorp". Als ik daar aan een man naar een winkel vraag, wordt er erg argwanend gedaan en moet ik plaats nemen in een kantoortje. Na een tijd word ik opgehaald en ondervraagd. Als ze tevreden zijn, word ik naar een winkeltje gebracht en daarna naar de kantine, waar ik weer te eten krijg. Dan zie ik de reden van de achterdocht: het blijkt een goudmijn te zijn. Op het eind van de dag krijg ik een lift en wordt bij een klein huisje gedumpt, waar een aantal jagers en vissers uit het volgende dorp te gast zijn. Ik mag ook blijven slapen.
Dag 6. De auto waarmee we naar het dorp moeten, blijkt het niet te doen. Ook wordt er door een aantal mannen flink gedronken. Ze weten echter de auto weer aan de praat te krijgen en langzaam kom ik in Ust-Nera aan. Ik begrijp dat er de volgende dag een vrachtwagen richting Magadan gaat en ik kan blijven slapen op een slaapzaal. Goed slaap ik niet, want ook hier kijken de overige slaapgasten diep in het glaasje en maken veel lawaai.
Dag 7: Door mijn gastvrouw wordt er van alles aan gedaan om me verder te helpen, maar er is veel onduidelijkheid over de vrachtwagen. Ik breng dus de dag weer nutteloos door en communiceer via een vertaalprogramma op de computer. 's Avonds word ik uitgenodigd bij een van de vissers voor het avondeten. En slaap ik in een andere ruimte.
De volgende dag zou er om 8.00 uur een auto vertrekken richting Susuman maar ook nu moet ik weer wachten. Om 10.15 uur is het dan eindelijk zover en verlaat ik Ust-Nera, waar alleen de hoofdstraat verhard is, de rest is alleen maar modder. De lift gaat helemaal naar Magadan, meer dan 1000 km. De chauffeur en andere passagier praten aan een stuk door en roken niet (en dat is een zeldzaamheid in Siberië). De chauffeur rijdt tot 0.00 uur en we brengen de nacht door in de auto.
Op dag 8 is het dan zo ver: ik bereik Magadan. Ik krijg een telefoonnummer voor de terugweg maar het lukt me later niet om ze te pakken te krijgen. Nadat ik een duur hotel gevonden heb, ga ik met een taxi naar de haven. Daar blijkt dat mijn spullen in de eerste de beste Russische haven aan wal zijn gezet. Vanuit Nederland heeft iemand van het verzendkantoor vergeten om de benodigde papieren op te sturen... Oh ook dat nog! Nadat ik mijn moeder heb gebeld, heeft zij geregeld dat de papieren alsnog worden opgestuurd. Toen ze waren gearriveerd, kreeg ik te horen dat ik 14 dagen moet wachten!
Omdat ik voor die hele periode geen hotel kan betalen, heb ik de afgelopen dagen van stenen, boomstammen, hooi en een gekochte plaat een hut gebouwd.
En zit er niets anders op dan te wachten.
Wordt vervolgd...
Laatst gewijzigd: 2006-04-05 09:09 PM

