Tegucigalpa (hoofdstad van Honduras), 16 februari 2007
Het eerste stuk volgde ik een oude spoorlijn. Ik reed echter zo vaak verkeerd dat ik het erg zat was en maar een stuk op en naast de spoorlijn ben gaan lopen. Had ik meteen een rustige plek voor mijn tent. De volgende dag kwam ik na een paar kilometer bij een huis waar ze me de weg wezen naar de hoofdweg, maar dat was zo steil berg opwaarts dat ik de beladen fiets niet eens omhoog kon duwen.
Ook zeer steil berg-op moest ik op weg naar mijn volgende doel, het Monteverde Nationaal Park. Het werd me nog moeilijker gemaakt door de stormachtige wind, het waaide zo hard dat ik gewoon van mijn fiets werd geblazen.
Aangekomen in Santa Elena werd ik aangesproken door Richard, een geëmigreerde Canadees. Hij nodigde me uit om te blijven slapen in zijn zelf gebouwde huis zodat ik voor hem kon koken, want zijn vrouw lag in het ziekenhuis.
De volgende dag bezocht ik het N.P. wat een in de wolken liggend regenoerwoud is, waar ik een mooie wandeling maakte. ‘s Avonds kwamen er nog mensen uit Engeland een bezoek aan Richard brengen.
Weer een dag later heb ik via verschillende hangbruggen een wandeltocht gemaakt en over zo´n 11 kabels, over de boomtoppen, getokkeld (met een katrol naar beneden suizen).
Nadat ik nog een grote pan macaroni (voor één week) voor Richard klaar had gemaakt ben ik verder gegaan naar het meer en de vulkaan Arenal.
Rond het meer loopt een "drukke" weg en een onverharde "rustige" weg. Ik koos natuurlijk de rustige weg. Het was wederom erg mooi en ik genoot weer volop. Ook nu was er weer volop avontuur want na een paar kleine riviertjes, waar ik al bruggen bouwend droge voeten wist te houden, kwam ik bij een wel heel brede en snel stromende rivier, waar ik op sommige plekken tot mijn middel in het water stond. Nadat ik de fiets en de bagage had overgebracht kon ik weer verder. Er was een auto met Amerikanen via dezelfde weg gekomen, zij wilden ook de rivier oversteken en dat leek mij erg riskant, dus bleef ik maar even wachten. Maar na een tijd leek het dat ze terug gingen en kon ik ook door. Ik moest nog een eind naar de noordkant van de vulkaan. Deze vulkaan is erg actief en er komt dan ook lava uit. In het donker bereikte ik die kant. Het was echter erg bewolkt en ik zag dan ook maar een klein stukje van de lavastroom en na korte tijd verdween de hele vulkaan in de wolken. Ik zette mijn tent op in de hoop dat het in de nacht/ochtend (4.00 uur) op zou klaren, maar ik had pech, het bleef bewolkt.
Toen ben ik op weg gegaan naar de grens met Nicaragua. Onderweg wilde ik nog een N.P. bezoeken maar dat bleek zo duur te zijn dat ik maar snel door fietste. Ik had een onlangs voor buitenlanders geopende grenspost uitgezocht. Je moest met een boot mee en ook hier wisten ze goed geld te vragen, de totale kosten om het land in te komen waren $24,--.
Meteen aangekomen in Nicaragua merkte ik dat het een ander land was. Ik werd vrijwel meteen 1x aardig en 1x vervelend door de politie om mijn paspoort gevraagd. En later in een dorp werd ik ook op zeer intimiderende manier gedwongen om het te laten zien. Ook de mensen waren niet echt vriendelijk, er heerste een beetje een vreemde sfeer. De mensen zijn erg arm en daar zal het wel mee te maken hebben. Het was echter heel raar om te constateren dat zodra ik op asfalt fietste de mensen een stuk vriendelijker waren…
Halverwege na de plaats Matagalpa kreeg ik pech met de fiets. Mijn frame brak weer op de plaats waar het al eerder was gebroken (in 2002). Nadat ik voorzichtig de net halverwege beklommen berg (flink balend) was afgedaald vond ik al snel een lasser die het weer aan elkaar maakte. Hij wilde er niks voor hebben, maar was erg blij met de Nederlandse ansichtkaart. Over het hotel waar ik die nacht verbleef zal ik maar niks schrijven want dan lopen jullie, denk ik, snel weg.
De uitzichten op de berg, de volgende dag, waren fantastisch. Een eindje verderop wilde ik een museum bezoeken, maar dat was gesloten. Maar in het volgende dorp hadden ze er ook één. De politie wist niet waar het was, maar het bleek om de hoek te zijn… Het was klein, maar wel interessant.
Toen ging ik de grens over met Honduras en dat ging zo snel, dat ik het nog maar even na heb gevraagd (je krijgt geen stempel in je paspoort).
De mensen hier zijn veel vriendelijker en zwaaien en roepen weer naar me.
Ik vertrek zo richting de oude Maya-stad Copán en verheug me er nu al op.
Wordt vervolgd…
Laatst gewijzigd: 2007-02-19 03:40 PM

