10 maart 2007, San Cristobal de las Casas, Mexico.
Ik fietste ook regelmatig op onverharde wegen en dat vind ik nog altijd het mooiste. In de buurt van La Entrada (in het westen van Honduras) bezocht ik mijn eerste Maya ruïnes. Ik was er alleen en ondanks dat het niet groot was, was het erg mooi en een mooi voorproefje voor Copan. Omdat ik nog tijd over had ben ik maar verder gaan fietsen. Maar tegen de avond, na een lange klim, kon ik geen plek vinden voor mijn tent. Ik kwam langs een dorpje wat langs de steile helling lag en kon vanaf de weg zien dat er een voetbalveld aan de andere kant van het dorpje lag. Ik bedacht me geen moment en keerde om. Toen ik door het dorpje liep naar het veld liepen er steeds meer kinderen achter me aan (het was net de rattenvanger van Hamelen). Op het veld bouwde ik met hulp van enkele kinderen mijn tent op. Ondertussen kwamen ook enkele volwassenen kijken. Met een dikke rij toeschouwers kookte en verorberde ik mijn eten. Nadat ik een aantal ansichtkaarten had uitgedeeld, heb ik de mensen gezegd dat ik ging slapen en gingen ze gelukkig naar huis.
De volgende dag bereikte ik Copan. ‘s Middags bezocht ik eerst in het dorp het museum, om de volgende dag als een van de eersten de ruïnes te bezoeken. Ik heb er de hele morgen rondgelopen en me erg verbaast wat voor mooie bouwwerken ze achter hebben gelaten (weliswaar gerestaureerd). Ook de beeldhouwwerken waren schitterend. Op 23 februari ging ik ’s middags de grens over met Guatemala. Ondertussen begon ik me een beetje te haasten, want ik moest nog een eind afleggen. Vandaar dat ik besloot om een lang stuk over asfalt naar Guatemala stad te fietsen. Maar oh, wat heb ik daar een spijt van gehad! Het ging eerst een flink stuk naar beneden, dat ging nog wel, maar toen moest ik ook zeer lang omhoog en er kwamen alsmaar meer vrachtwagens en oude Amerikaanse schoolbussen langs.
De weg was erg smal en vaak was er geen vluchtstrook. Ik ademde op een gegeven moment alleen maar zwarte dieseldampen in. In het centrum daarentegen was het redelijk diesel vrij.
Ik ging daarna op weg naar een weeshuis waar Margreeth (degene die de Nederlandse teksten voor deze site op het ogenblik vertaald in het Engels) en haar familie, twee kinderen heeft geadopteerd.
Ik was om 13.30 uur uit de hoofdstad vertrokken en de “route”beschrijving die ik had gekregen klopte al van geen kanten, maar gelukkig stond het dorp op mijn kaart zodat ik wist waar ik ongeveer moest zijn. De stad uit komen was echter met de kaart een ware crime. Toen ik eindelijk over de juiste bruggen was gereden kreeg ik een loodzware berg voor mijn wielen. En opnieuw ademde ik alleen maar zwarte rook in. Op de top werd ik nog ingehaald door een jonge wielrenner en we maakten kort een praatje.
Klokslag 18.00 uur reed ik de plaats Chimaltenango binnen, waar de afslag was naar het dorp San Andrés Itzapa. Ik baalde een beetje, want doordat ik problemen had om geld te pinnen was ik zo laat vertrokken en wist ik niet wat ik moest doen, want om 18.30 uur zou het donker zijn. Ik had onderweg al zo hard mogelijk gefietst en was in ieder geval blij dat ik zo ver was gekomen. In het stadje kwam ik al wel een goede asfalt afslag tegen in de goede richting maar op het richtingsbord kwam het dorp niet voor. Ook zou het volgens de kaart een onverharde weg moeten zijn. Nadat ik een tijd door de langgerekte stad was gefietst en er eigenlijk geen echte afslagen waren geweest, besloot ik om maar de weg te gaan vragen. Ik bleek dat precies op het goede moment te doen, want aan de overkant was een smal weggetje en dat bleek de afslag te zijn. Op een kruising een eindje verder heb ik het voor de zekerheid nog maar een keer gevraagd en ik zat goed.
Ondertussen was het al 18.15 uur en leek het me een goed idee om het weeshuis maar even te bellen om te zeggen dat ik vlakbij was en dat ik de resterende ca. 6 kilometer in het donker zou afleggen. Met mijn satelliettelefoon belde ik het nummer maar ik hoorde een computerstem, begrijpen deed ik het niet maar het was wel duidelijk dat het nummer niet klopte. Ook een ander nummer bleek niet te kloppen... Dus dan maar zonder telefonische aankondiging.
Met mijn zwakke hoofdlamp (de batterijen waren bijna op) ging het eerst op de zeer slechte weg naar beneden en na een bruggetje ging het weer omhoog. Na een ruime kilometer werd het een slechte asfaltweg, maar schoot het in ieder geval wel iets beter op.
Na een tijdje kwam ik langs een gebouw en ik hoorde er een heleboel kinderstemmen. Bingo dacht ik! Nadat ik een paar harde kloppen op de metalen hekdeur had gegeven werd er een luikje open gedaan en begon ik zoals ik altijd begin in mijn beste Spaans, dat ik uit Nederland kom en maar een heeeeeeeeel klein beetje Spaans spreek. Al gauw stonden er achter de bewaker een aantal vrouwen. In het gekakel werd me duidelijk dat het een valse bingo was, ik moest een eind door. Verder begreep ik het niet. Maar ze kenden in ieder geval het huis!
Toen ik vlak bij het dorp was kwam ik op een goede asfaltweg, (zou die eerste afslag toch goed zijn geweest?). Eenmaal in het dorp (van groot formaat zag ik aan de lichten) kwam ik langs de brandweer/ambulance. Nou die moeten het zeker weten, dus ik weer mijn schrift met het adres tevoorschijn gehaald. Ze deden moeilijk en ik verstond ¨dat ik er beter de volgende dag naar toe kon gaan¨ maar na een beetje aandringen tekenden ze toch een kaartje voor me. Kort daarna fietste ik het dorp weer uit. Ik zou na de tweede brug en voor de derde brug, een afslag moeten nemen maar er kwam maar geen afslag. Wel kwam er een brug... Gelukkig liep er een man, maar toen ik op hem af fietste trok hij meteen zijn maschette (kapmes) en moest ik even slikken... Ik probeerde zo vriendelijk mogelijk te vragen of ik goed zat, ik begreep dat ik weer door moest en ondertussen hield ik de arm met het ¨wapen¨ wel goed in de gaten.
Ik kwam langs een aantal gebouwen en dat was duidelijk een gevangenis, ik durfde er maar niet naar de weg te vragen, dan zou ik wel eens een aantal geweerlopen op me gericht kunnen krijgen! Toen kwam ik bij weer een omheiningmuur. Echter hier was de deur open en ik vroeg aan de bewaker of hij wist hoe ik verder moest. We kwamen er met z´n tweeën niet uit en hij belde met iemand die Engels sprak. Het was ondertussen 19.30 uur en ik was het ook wel een beetje zat met een totale dagafstand van 80 kilometer en niet wetende of ik het wel zou vinden en de meisjes zouden waarschijnlijk toch wel op bed liggen als ik het wél zou vinden. Toen de man was gearriveerd vroeg ik hem dus of ik op het terrein mocht slapen. Hij ging ook bellen en op een gegeven moment liet ik hem brieven zien met foto´s. Hij vertelde me toen dat de meisjes op dát terrein waren... Ik zat goed, ik had het onbewust gevonden! De volgende dag ontmoette ik de meisjes en kon ik de meegebrachte kleurpotloden, gewone potloden en puntenslijpers uitdelen.
Toen op weg naar het meer van Atitlan. Ik was nu in een gebied waar de hellingen zo steil waren (15-25%) met zulke scherpe haarspeldbochten die ik nog nooit gezien had. In het stadje Patzun bezocht ik een zeer mooie kleurrijke markt. Het uitzicht over het meer was adembenemend. Ik was er net op tijd, want in de loop van de middag werd het steeds heiiger zodat de vulkanen aan de overkant van het meer niet meer te zien waren.
Op weg naar Mexico bezocht ik nog twee Maya ruïnes, maar die waren niet zo interessant. Op 6 maart stak ik de grens over met Mexico en was het wel duidelijk met nog maar 12 dagen te gaan dat ik Mexico stad fietsend niet kon halen. Zeker niet toen ik wat ongezuiverd water had gedronken en in de nacht alles aan beide kanten er met grote snelheid er weer uit kwam, zodat ik een dag meer dood dan levend onder een boom moest door brengen.
Nu gaat het weer beter en ga ik nog een aantal bezienswaardigheden hier in de omgeving bekijken en neem vanuit Villahermosa de bus naar de hoofdstad.
Wordt nog één keer vervolgd...
Laatst gewijzigd: 2007-03-12 06:34 PM

